Logopédica | Afwijkende mondgewoonten
566
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-566,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_grid_1300,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
Afwijkende mondgewoonten zijn gewoonten die een negatieve invloed hebben op de stand van de tanden, de ontwikkeling van de kaken, het spreken, het gehoor en de algemene gezondheid. Uit gewoonte (habitueel) mondademen, slikken met de tong tegen of tussen de tanden, liplikken, nagelbijten, duimen en vingerzuigen (en spenen) zijn voorbeelden van afwijkende mondgewoonten.

Bij mondademen worden de lippen niet gesloten en wordt dus niet door de neus geademd. Dit kan veroorzaakt worden doordat de neusdoorgang onvoldoende is door bijvoorbeeld een vernauwing door verkoudheid of allergieën; maar het kan ook een gewoonte zijn. Wanneer men steeds door de mond ademt, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt, slikt men minder en kunnen de mondspieren verslappen. Dit heeft een negatief gevolg voor de ontwikkeling van de kaken en het gebit. Het kan ook een zeer negatief gevolg hebben voor het gehoor. Dit omdat (door het minder slikken) de buis van Eustachius, die neus en oorholte verbindt, minder geopend wordt, waardoor de kans op oorontstekingen toeneemt. Bij afwijkend slikken ligt de tong vaak laag onder in de mond. De tong wordt dan tijdens het slikken tegen of tussen de tanden geperst. Doordat de tong telkens tegen de tanden duwt, kunnen deze scheef gaan staan. Ook tijdens het spreken kan de tong tegen of tussen de tanden komen: dit noemt men lispelen. Door afwijkende mondgewoonten wordt het spreken vaak onduidelijk.

Een andere afwijkende mondgewoonte is het speen-, duim- of vingerzuigen. Dit komt veel voor bij baby’s en peuters, omdat zij nog een grote zuigbehoefte hebben. Het geeft hen een gevoel van veiligheid. Wanneer de kinderen groter worden wordt het vaak een gewoonte en kunnen de tanden scheef gaan staan. Door speen-, vinger- /duimzuigen kan de vorm van de mond (het gehemelte) veranderen en hebben de kinderen een grotere kans op een slappe mondmotoriek, waardoor afwijkend slikken kan ontstaan. Spenen of duim- of vingerzuigen moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeleerd!

Klik op onderstaande link voor meer documentatie:

Logopedie

Ter ondersteuning van tandheelkundige maatregelen

De bewegingen van de orofaciale spieren (dit zijn de tong-, kin- en kauwspieren) beïnvloeden voor een groot deel de ontwikkeling van tanden en kaak. Wanneer het evenwicht tussen deze spieren onderling verstoord is, kan dit naast een spraakprobleem ook een afwijkende stand van tanden en/ of kaak tot gevolg hebben.

De functie van de orofaciale spieren kan het uiteindelijke resultaat van een orthodontische behandeling sterk beïnvloeden. Zo kunnen afwijkende mondgewoonten, zoals bijvoorbeeld tongpersen of open mondgedrag het effect van een kaakoperatie of een orthodontische behandeling tenietdoen. Om deze reden is het belangrijk dat afwijkende mondgewoonten worden afgeleerd voordat orthodontie of een kaakoperatie plaatsvindt.

Onze logopedisten kunnen afwijkende mondgewoonten afleren en goede mondgewoonten aanleren. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de oromyofunctionele therapie (OMFT). Gevolg van deze behandeling is dat de tanden de stand aannemen die ze zouden hebben gehad wanneer er geen afwijkend mondgedrag zou zijn. Het is belangrijk dat een patiënt hiervoor tijdig wordt doorverwezen. Het doel van behandeling bij afwijkende mondgewoonten.

  • Afleren van afwijkende mondgewoonten (zoals duim-, speen- en vingerzuigen, nagelbijten, liplikken, open mondgedrag).
  • Aanleren van neusademen.
  • Aanleren van de correcte tongpositie in rust.
  • Oefenen van de orofaciale spieren.
  • Aanleren van een correcte slik (met de tong op de juiste plaats)
  • Verbeteren van de articulatie van de /t/, /d/, /l/, /n/, /r/, /s/ en /z/. Bij afwijkende mondgewoonten worden vooral deze klanken beïnvloed.
  • Automatiseren van het aangeleerde gedrag.

Klik op onderstaande link voor meer documentatie: